door: Liesbeth Lagemaat, dichteres

Kom binnen bij Figaro Antonio:  huiskamer, arena, ontmoetingsplaats. Kapperszaak in het hartje van Wijk bij Duurstede.

Kom binnen! En je staat. Hier. Waar het gebeurt. Ga zitten en neem je rust. Spreek vrijuit.

Ik heb altijd een zwak gehad voor kappers en dat zit zo: mijn opa heeft z’n leven lang de scepter gezwaaid over de salon in Bergen op Zoom, aan de Boutershemstraat.

Als ik bij mijn grootouders logeerde, mocht ik koffie, in zo’n ouderwetse wiebelkop-en-schotel, met een steevast doorweekt speculaasje aan de rand, naar mijn opa-barbier in zn witte jas brengen.

Struikelend over de drempels in de lange gang, met m’n linkerschouder de deur van de zaak open duwend, weer een plasje koffie morsend over mn rechterhand.

En dan stond je. Daar. Waar het gebeurde. 

Politieke partijen werden afgebrand of juist opgehemeld, de nieuwste mode argwanend bekeken of likkebaardend, het lief en leed van de vaste klandizie onder de loep genomen.

Mensen werden getroost. Door mijn opa. En ze troostten elkaar. Want in ‘het salon’ kon je vrijuit spreken.

Geen mening was beter dan de andere want ieder die hier kwam was gelijk. 

Ik heb nooit begrepen hoe dat precies kwam, maar ieder legt z’n hoofd in de handen van de kapper en wacht maar af wat er gebeurt.

Stelt zich open. Rust even uit. Kijkt in de spiegel.

Is het daarom dat de beste kappers ook filosofen zijn?

Of ook sociaal werkers, of biechtvaders?

Je stort je hart uit terwijl je wordt geknipt?

Of je houdt je mond maar je weet, ik hoef niks meer te zeggen. Nee, je hoeft hem niet zoveel te zeggen, die Antonio.

Hij wast je haar. Hij knipt je. En er is vandaag iemand geweest die jou begrepen heeft.

Daar zijn geen woorden voor.

Of juist wel:  ‘Kom binnen bij Antonio’.